Politiek

inhoudsopgave

Contacten met de politiek en samenvattingen van beleidsnota’s, voor zover relevant voor het Walaardt Sacré Park.

Uit het gesprek van de initiatiefgroep met wethouder mevrouw Jacqueline Verbeek op 28 oktober 2014

1 De gemeente is van mening dat als er iets gaat gebeuren elke oplossing maatwerk is en goed in de groene omgeving zal moeten passen

2 De gemeente wil serieus werk maken van het omarmen/ondersteunen van bewonersinitiatieven zoals deze

3 De wethouder is positief onder de indruk, waardeert het bewonersinitiatief ontzettend, complimenteert ons en vindt het plan er professioneel uit zien

4 De wethouder zal waar mogelijk haar politieke en bestuurlijke contacten aanwenden om de mogelijkheden te verkennen en

5 We zullen elkaar informeren zodra er relevante ontwikkelingen lijken te zijn.
terug naar top

Uit de
Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013 -2028

vastgesteld op 4 februari 2013
T.b.v. ideevorming Walaardt Sacré,

1.1De 3 pijlers voor de aanpak van het ruimtelijk beleid:
+ een duurzame leefomgeving
+ vitale dorpen en steden
+ landelijk gebied met kwaliteit

2.2 Een duurzame leefomgeving is ook een vestigingsfactor, naar verwachting een van toenemende betekenis.

2.3 Onze ambitie is om in 2040 als provincie energieneutraal en klimaatbestendig te zijn. Onderdeel hiervan is het gebruik van duurzame energiebronnen.

2.5 In overeenstemming met het Akkoord van Utrecht van 2011 zetten we ons in om ca 1500 ha nieuwe natuur te realiseren binnen de EHS en ca 30000 aan Groene Contour (GC): hier kan door andere partijen op vrijwillige basis natuur worden gerealiseerd die na realisatie toegevoegd wordt aan de EHS.

4.2.2 We stimuleren het gebruik van alle duurzame energiebronnen (geothermie, warmte-koudeopslag, zonne-energie etc.

4.3.2.: Op en rond de vliegbasis Soesterberg is een belangrijke opgave het behouden en betere toegankelijk en beleefbaar maken van de uiteenlopende cultuurhistorische waardevolle defensiestructuren. Deze vormen tevens een belangrijke inspiratiebron voor de transformatieopgave waar dit gebied voor staat.

5: Vwb de kwaliteit van het stedelijk gebied gaat het om bebouwingsdichtheid, stedenbouwkundige opzet, aandacht voor historie en over identiteit. Belangrijk daarbij is in hoeverre de omgeving aansluit bij de vraag van de bewoners nu en in de toekomst.

6.3.5: Voor het landschap van de Utrechtse Heuvelrug willen we ondermeer de robuuste eenheid behouden en versterken.

6.5.1: De Ecologische Hoofd Structuur (EHS) heeft ondermeer als doel de rijkdom aan soorten te behouden en herstellen. Hiervoor is noodzakelijk dat natuurgebieden worden uitgebreid verbeterd en met elkaar worden verbonden.

6.5.2 De EHS wordt beschermd via het “nee-tenzij”-regime. De GC valt niet onder de EHS omdat daarvoor geen financiering met Rijksmiddelen mogelijk is.

6.5.3. Er zijn ook natuurwaarden buiten de EHS en GC. In aangrenzende gebieden stimuleren we de vrijwillige realisatie van nieuwe natuur, o.a. via het instrument rood-voor-groen.
terug naar top

Uit de
Structuurvisie 2020 van de gemeente Zeist, tbv Walaardt Sacré

Zeist is een mooie groene gemeente. Dat waarderen bewoners én bezoekers. Dit beeld willen we ook graag zo houden. De Structuurvisie Zeist 2020 bouwt voort op het eerder ontwikkelde Ontwikkelingsperspectief 2030. In dit perspectief werden vier kernwaarden geformuleerd: natuur en landschap, cultuurhistorie, duurzaam en zorgzaam en de kwaliteit van vijf kernen met een eigen identiteit. Kwaliteit, kwaliteit, kwaliteit! Dat is waar de gemeente Zeist voor kiest in deze structuurvisie. Kwaliteit van leefomgeving, openbare ruimte, bebouwing, samenleven, relatie met groen, historie, duurzaamheid. En die kwaliteit wil de gemeente laten passen binnen de omgeving. Elke locatie kent zijn eigen kwaliteit.

  1. Groen versterken
    Gemeente Zeist kiest ervoor de natuur en het landschap te verbeteren. Daarbij is vooral aandacht voor zwakke schakels van de Ecologische Hoofdstructuur.
  2. Verleden zichtbaar maken
    Gemeente Zeist kiest ervoor om het verleden en de cultuurhistorie beter zichtbaar te maken. Cultuurhistorie wordt daarin breed bezien; van middeleeuwse overblijfselen tot en met industrieel, militair en religieus erfgoed.
  3. E rvaren en gebruiken
    Gemeente Zeist kiest ervoor om het recreatieve gebruik van het landschap te vergroten en de kwaliteiten van de cultuurhistorie meer te laten ervaren.
  4. Kracht van buurten, wijken en kernen
    Gemeente Zeist kiest ervoor de kwaliteiten en identiteit van buurten, wijken en kernen te behouden en te versterken.  Behoud en versterking vindenplaats op het gebied van onder  andere groen van parken en lanen, (openheid van) bebouwing, kwaliteit van openbare ruimte en speelgelegenheid. We koesteren de kenmerken van de kernen Zeist, Den Dolder en Austerlitz, Huis ter Heide en Bosch en Duin.
  5. Bouwen en wonen: maatwerk en kwaliteit voorop
    Gemeente Zeist kiest ervoor om bij nieuwbouw aan te sluiten bij kwaliteiten van de omgeving. Evenzo geldt dat voor transformatie van gebouwen. Dat houdt dus maatwerk in. Het aantal woningen volgt op de keuze voor kwaliteit. Als het nodig is voor integrale kwaliteitsverbetering van een gebied kiest de gemeente ervoor bebouwing te ruilen tegen groene gebieden en andersom.
  6. Economisch gezond en duurzaam
    Gemeente Zeist kiest ervoor een duurzaam profiel van onze gemeente uit te bouwen. Daarbij maakt zij ruimte voor de ontwikkeling van zorgvoorzieningen. Zij wil verduurzamen door bedrijventerreinen te bundelen en ruimte te bieden aan lokale bedrijven.  Thema’s en sectoren  Zeist bouwt in de toekomst haar duurzame profiel verder uit.  In Zeist is duurzaamheid haast vanzelfsprekend. Zeist heeft  de juiste papieren om hierin een voortrekkersrol te spelen.  Zeist is aantrekkelijk voor duurzaam en zorgzaam ondernemen. De gemeente wil de hoge milieukwaliteiten die zij nu heeft behouden. De woningbouw en transformatie leveren kansen op voor duurzaam bouwen en energiebesparing. Zeist is een gemeente met veel groen in de woonwijken. Het groen is een belangrijk onderdeel van de leefkwaliteit in de gemeente. Groen en milieu versterken elkaar in deze opgave. Een gezond milieu is een voorwaarde voor een gezonde ecologie, daarbij kan groen bijdragen aan een schoon milieu.  De kwaliteit van de Utrechtse Heuvelrug is het aaneengesloten bos- en natuurgebied met reliëf en ecologische waarde. De waarde wordt verhoogd omdat het een kerngebied van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is. Gemeente Zeist wil een robuuste ecologische structuur voor dit gebied die zij daarna verder versterkt en beschermt  De gemeente wil het karakter van Bosch en Duin en Huis ter Heide-Noord behouden en te versterken. Daarbij staan de  Landschapskwaliteiten van het villapark centraal. De gemeente Versterkt de ecologische waarde en gaat negatieve ontwikkelingen van sluipverkeer tegen.
    terug naar top 

    Uit het
    Groenstructuurplan Zeist, vastgesteld in 2011
    T.b.v. ideevorming Wallaardt SacréBOSCH EN DUINLIGGING IN CONTEXT HOOFDGROENSTRUCTUUR
    Gelegen in het boslandschap van de Heuvelrug (S1). Het zuidelijk deel ligt in het grid van de Amersfoortseweg en maakt dus deel uit van het cultuurhistorische groene raamwerk (S2), zij het in het deel dat nooit verkaveld is geweest. Lanen (S3) langs wegen zijn belangrijkste elementen van de gemeentelijke groenstructuur. Parken en plantsoenen (S4) ontbreken. Een deel van Bosch en Duin ligt in de Ecologische Hoofdstructuur, zoals die door de provincie Utrecht is vastgesteld.HISTORIE
    In 1901 werd het station bij Huis ter Heide aan de Amersfoortseweg geopend. Dit was een belangrijke impuls voor het in exploitatie nemen van het bos- en heidegebied. “De Amsterdamse Maatschappij Bosch en Duin NV tot Exploitatie van onroerende goederen” werd opgericht en kocht in 1902 een gebied van 350 ha tussen de Amersfoortseweg en de Paltzerweg. Dit gebied bestond uit woeste grond, nagenoeg nog zonder paden. De kavels werden bebouwd in particulier opdrachtgeverschap. Het villapark breidde zich vanaf de Amersfoortseweg naar het noorden uit. De eerste villa’s werden enkel zomers bewoond. Het natuurschoon, gloedvol beschreven, was een belangrijk marketingargument. Er ontstonden ook enkele herstellingsoorden en vakantiekolonies, omdat de natuur zo heilzaam en de verbinding met de stad zo goed was. De in het park aangelegde wegen werden in 1923 door de gemeente van de ontwikkelmaatschappij overgenomen, waarmee Bosch en Duin een wijk van Zeist werd.KENMERKEN
    Het kenmerk van de wijk is wonen in het bos. De tuinen zijn als bostuinen bestemd. De kavels zijn groot, de bebouwing staat ruim uit elkaar. De kavels zijn zo ruim, dat er nauwelijks onderscheid is tussen voor-, zij- en achtertuin. De verscheidenheid in architectuur is groot, het landschap is het verbindende element. Een groot deel van het oorspronkelijke landschap is nog herkenbaar: veel microreliëf, soms nog wat heide en veel grove den. De grove den is een zeer kenmerkende soort voor priveterreinen in deze buurt. De beplanting is vaak transparant. Er is meestal ruim zicht vanaf de wegen op de kavels. Plaatselijk heeft in de jaren ‘90 verdichting plaatsgevonden in de wijk. Hier staat de bebouwing dichter op elkaar en dichter aan de weg. De kavels zijn hier ook dichter beplant. Voorbeelden zijn de Sparrenlaan, de Douglaslaan en de Larikslaan. Hoewel de villabebouwing met de tijd steeds luxer werd, is de terreininrichting veelal sober gebleven. De wegen zijn meestal flauw gebogen en relatief smal. De wegbeplanting bestaat overwegend uit Amerikaanse eik. Op een aantal plekken (meest oost-westverbindingen) ligt geen fiets- of voetpad langs de weg en is het profiel wat ruimer. Daar staan de bomen in het gras, waardoor het totale wegbeeld een fraaiere uitstraling heeft. Dit komt ook mede door de terreinafscheidingen, die hier vaak groen zijn. Er is in de buurt sprake van grote beboste “binnenterreinen”, waarvan enkele zijn overgedragen aan het Utrechts Landschap. Deze binnenterreinen vervullen een rol als stapsteen in de ecologische verbinding tussen De Pan en de vliegbasis Soesterberg. Openbaar speelgroen is niet aanwezig.

    DOELSTELLINGEN
    Kenmerkend voor de wijk is de sfeer van wonen in het bos. Grote kavels met bostuinen leveren een belangrijke bijdrage aan het totstandkomen van dit beeldkarakter. De herkenbaarheid van het oorspronkelijke landschap als onderlegger van de wijk opbouw vormt een ander essentieel beeldkenmerk. Streefbeeld: Waarborgen karakteristieke groene weefsel van bostuinen en landschap, met aandacht voor behoud van het microreliëf en grove den als kenmerkende boomsoort. Binnenterrein: Bos in “binnenterreinen” als ecologische stapstenen veilig blijven stellen. Lanen: Boskarakter van het wegbeeld bewaken. Riante laanstructuur waar mogelijk behouden. Parkeren in berm ontmoedigen.

    MAATREGELEN
    Beheerbeeld: Streefbeeld bos / landschap Lanen: In verband met ouderdom en steeds beperktere groeiplaatsomstandigheden is een strategisch bomenbeleidsplan nodig (eigen document, nader op te stellen). Bij vervanging: Sortiment afstemmen op het landschap. Groeiplaatsomstandigheden creëren voor bomen 1e. orde. Bij smalle straatprofielen kiezen voor éénzijdig een krachtige bomenrij in plaats van tweezijdige bomenrijen die onvoldoende ruimte hebben. Dit vraagt in een aantal gevallen reconstructie van het totale profiel, inclusief verharding. In dit geval bij voorkeur zoeken naar een samenwerking met het kunnen bereiken van verkeers(veiligheids)doelen. Het Zeister profiel terugbrengen en waarborgen: gras i.p.v. heestervakken; terugdringen van particuliere beplanting/ materialen in het openbaar groen. Op korte termijn: Parkeren op eigen grond aanmoedigen door maatregelen aan de berm. Particulier terrein: Bostuinbestemming beter handhaven a.d.h.v. aanlegvergunning en Bomenverordening. Handhaver inschakelen om illegale kap te voorkomen. Voorlichtingsmateriaal verspreiden, met als onderwerpen: terreinafscheidingen, kapvergunning en aanlegvergunningbeleid. Idem over bos, natuur, microrelief, flora, fauna, etc. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van materaal dat de bewonersvereniging Bosch en Duin in het verleden al heeft ontwikkeld.

     

    HUIS TER HEIDE

    LIGGING IN CONTEXT HOOFDGROENSTRUCTUUR
    Huis ter Heide is ontwikkeld in het groene raamwerk van de Amersfoortseweg en wel binnen de vakken Dolderseweg/ Hobbemalaan en in het oostelijk deel van landgoed Dijnselburg langs de vakscheiding Prins Alexanderweg. Cultuurhistorie is dus het leidende motief in Huis ter Heide. Lanen en straatbomen maken nadrukkelijk onderdeel uit van de groenstructuur van Huis ter Heide, vooral in Huis ter Heide Noord. Deze kern wordt deels omgeven door de Ecologische Hoofdstructuur zoals die is vastgesteld door de provincie.

    HISTORIE
    In het raamwerk van de Amersfoortseweg tussen de Dolderseweg en de Hobbemalaan en oostelijk van de Prins Alexanderweg is Huis ter Heide ontwikkeld. In 1901 werd het station Huis ter Heide geopend aan de spoorlijn Utrecht-Amersfoort. Dit was voor de eigenaar van Landgoed Zandbergen de aanleiding om zijn overplaats te verkavelen en met villa’s te bebouwen. Hij had Landgoed Zandbergen en de overplaats in 1896 gekocht en laten verfraaien met onder meer een rechte zichtas op het huis, beplant met Douglassparren. Deze staat nu bekend als de Gezichtslaan. Het oorspronkelijke ontwerp van de overplaats van H. Copijn van rond 1860, plus de nog jonge zichtas, diende als uitgangspunt voor de verkaveling van het park. De verkaveling bestond uit lange gebogen straten met daaraan ruime kavels gelegen. Aan de zuidzijde van de Amersfoortseweg ontstond rond het station een kleine nederzetting met de naam Huis ter Heide. De naam komt van de herberg ’t Huys ter Heyden, die tevens als tolplaats diende. Deze herberg was lange tijd eigendom van het landgoed Dijnselburg en later van het landgoed Zandbergen. Na de opening van het station werden er in het buurtschap enkele villa’s gebouwd, maar ook arbeiders- en middenstandswoningen en een blindeninstituut. Plaatselijk staan nog enkele zeer oude bomen, restanten van het landgoed Dijnselburg.

    KENMERKEN
    Huis ter Heide maakt onderdeel uit van de landgoederen- en buitenplaatsenzone langs de Amersfoortseweg. Het kent een duidelijke tweedeling: het villapark ten noorden- en het oude dorp ten zuiden van de Amersfoortseweg. In het villapark is er gebruik gemaakt van het buitenplaatsenthema. Het noordelijke deel van Huis ter Heide kenmerkt zich door een parkachtige en lommerrijke setting. Grote bomen en brede grasbermen bepalen het beeld. De percelen zijn ruim opgezet met voornamelijk vrijstaande bebouwing voorzien van grote voor- en achtertuinen. Ten opzichte van het villapark is het “oude” dorp veel steniger. De bebouwde kom vormt een duidelijke kontrast met de beboste omgeving. De bebouwing is hier sterker gevarieerd dan in het villapark in het noordelijke deel. In het zuidelijk deel vindt men voornamelijk kleinschalige naoorlogse woonbebouwing en oude dorpsgebouwen en landhuizen. De straatprofielen zijn smal en eenvoudig maar wel voorzien van laanbeplanting. De Hobbemalaan (Noord) en in het verlengde de Prins Alexanderweg (Zuid) vormen een uitzondering in het stratenpatroon. Deze straten zijn veel strakker vormgegeven. Het oude profiel van de scheipaden van de ontginningsvakken van de Amersfoortseweg is nog fraai aanwezig: van oorsprong een pad van 11 m (3 roe) breed, met aan weerszijden een kleine wal.

    DOELSTELLINGEN
    Gezichtslaan: Als zichtas van het Landgoed Zandbergen langdurig veiligstellen. Straatbeeld in noord: Brede groene bermen met kort gemaaid gras en gevarieerde soortenrijke beplanting.

    MAATREGELEN
    Beheerbeeld: Strak en eenvoudig maar krachtig beeld. Gezichtslaan: boomsoort vervangen. Kiezen voor een loofboom met goede snoeimogelijkheden, bijvoorbeeld linde. Bermen: Verstevigen ondergrond bermen, waardoor bermen groener blijven en minder schade ondervinden van parkeergebruik. Laanbeplanting: Het gevarieerde laanbeeld staat bij vervanging een ruime keuze aan sortiment en plantafstand toe. 1e orde bomen toepassen.
    terug naar top

    Uit de
    Wijkvisie Den Dolder, Huis ter Heide en Bosch en Duin, van september 2006

    Wij willen het groene karakter beslist behouden, de karakteristieke bouwstijl handhaven, de bedrijvigheid niet verder uitbreiden en de wegenstructuur handhaven. In Den Dolder is een beperkte bouw voor de eigen woningzoekenden inpasbaar zonder het karakter van het gebied geweld aan te doen. Bosch en Duin en Huis ter Heide lenen zich niet voor het intensiveren van de bebouwing.

    Veel bewoners van Den Dolder, Huis ter Heide en Bosch en Duin zijn het ook roerend eens met die passages uit het ontwikkelingsplan “Vandaag over Morgen” van de gemeente Zeist, waarin wordt aangegeven dat uitgangspunt bij het bouwen van nieuwe woningen is dat de structurele groengebieden kwalitatief noch kwantitatief worden aangetast. Met andere woorden: mocht er een noodzaak tot bouwen zijn, dan dient dit beperkt en met wijsheid te gebeuren.

    De laatste tijd is een aantal instellingen en (militaire) kampementen verdwenen of zullen deze in de komende jaren verdwijnen. De bewoners van Den Dolder, Huis ter Heide en Bosch en Duin zien hierin een unieke (want eenmalige) gelegenheid het structurele groen te versterken.

    Dit kan door de vrijgekomen grond niet aan te wenden voor bebouwing, waardoor de natuur immers definitief wordt vernietigd (men bouwt namelijk voor de verre toekomst, zo’n 100 jaar of meer). Woningen en andere gebouwen hebben immers tot gevolg dat de randen van de natuur opschuiven, in tegenstelling tot kampementen waar de natuur letterlijk begint aan de andere kant van het hek

    Nog in 2003 werd in de gemeenteraad van Zeist gesteld dat Bosch en Duin een belangrijke functie vervult in het streven van de gemeente om het gebied groen te houden. Dit wordt nog eens onderschreven in het Streekplan Utrecht 2005-2015, waarin wordt vermeld:

    “Bosch en Duin / Huis ter Heide is een gebied met een mix van ruime woonbebouwing in een bosomgeving. Vooral in de eerstgenoemde buurt domineert het groene karakter”.

    Bosch en Duin maakt een belangrijk onderdeel uit van het unieke karakter van Zeist, te weten een intensief bebouwd stedelijk gebied dat, zonder dat sprake is van een sterke scheiding, overgaat in landelijk gebied dat onbebouwd is (vooral aan de noordoostkant van de gemeente) of extensief bebouwd is (zoals het geval is in Bosch en Duin, in grote delen van Huis ter Heide en zelfs in delen van Den Dolder). Het vernietigen van het landschappelijk karakter van Bosch en Duin zal dan ook directe gevolgen hebben voor Zeist, dat hierdoor zijn unieke karakter van ‘stad in het groen’ zal verliezen

    De Heuvelrug is onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur. Het rijks- en provinciaal beleid is erop gericht om de huidige natuur- en recreatieve kwaliteiten te behouden en te ontwikkelen. Volgens Provinciale Staten van Utrecht inzake het programma Hart van de Heuvelrug d.d. 28 juni 2005 is de Utrechtse Heuvelrug een belangrijke schakel binnen de Europese Ecologische Hoofdstructuur (EHS), een grensoverschrijdende ecologische verbindingszone.

    Zowel Bosch en Duin als Huis ter Heide spelen een belangrijke rol in het totstand komen van ecologische verbindingszone’s in de gebiedsvisie ‘Hart van de Heuvelrug”, te weten één die het Panbos met de aan de oostzijde van de Dolderseweg te realiseren ecologische verbindingszone moet verbinden, één tussen Soesterberg en Amersfoort en één bij Huis ter Heide ten oosten van de Dolderseweg. Het realiseren van, zoals de gemeente in haar Beleidsvisie zelf aangeeft, robuuste groene verbindingen, is onmogelijk althans wordt ernstig belemmerd indien het bestaande groen in Bosch en Duin en Huis ter Heide zou worden aangetast.

    Bosch en Duin is door zijn groene karakter en als onderdeel van de Utrechtse Heuvelrug van belang voor de nationale ruimtelijke structuur. De Heuvelrug is, aldus Provinciale Staten van Utrecht in haar Streekplan Utrecht 2005 – 2015, het op een na grootste aaneengesloten bosgebied van Nederland. De belangrijkste kwaliteiten van de Heuvelrug zijn verbonden met het groene karakter en de natuurwaarden. Gesteld wordt:

    “De Utrechtse Heuvelrug mag dan een groot aaneengesloten bosgebied zijn, juist de ecologisch, landschappelijk en recreatief zo belangrijke eenheid van het gebied wordt op diverse plaatsen verstoord door barrières, zoals bebouwing, (spoor)wegen, campings en hekken. De waarden en functies staan hierdoor onder druk. Ons beleid voor de Heuvelrug is gericht op het versterken van de landschappelijke, ecologische en recreatieve samenhang. Wij ondersteunen op ontsnippering gerichte initiatieven en nemen waar nodig zelf initiatief. Wij zien goede kansen om de kwaliteit en functionaliteit van de Heuvelrug te versterken”.

    In 2005 spraken Provinciale Staten van Utrecht zelfs van een unieke en eenmalige gelegenheid voor een uitruil van grondgebruik tengevolge van het ontruimen door Defensie van oefenterreinen. Militaire kampementen die worden opgeheven, zouden moeten worden toegevoegd aan de ecologische structuren.

    De zogeheten “G.O.K.-transformaties”, het verdwijnen van instellingen, oorden en kampementen, zou dus niet moeten leiden tot een definitieve vernietiging van natuur, waar volgende generaties tot in lengte van dagen mee geconfronteerd zullen worden. Integendeel, het biedt een unieke gelegenheid tot functiewisseling, of – zoals planologen het zeggen – “We ruilen rood (bebouwing) voor groen (natuur en open ruimte)”.

    De gemeente Zeist zelf geeft in haar ontwikkelingsplan “Vandaag over Morgen” aan dat uitgangpunt bij het bouwen van nieuwe woningen is dat de structurele groengebieden kwalitatief noch kwantitatief worden aangetast. Nadrukkelijk wordt hierin gesteld dat de gemeente zich, ook op de lange termijn, bewust moet blijven van de landschappelijke en ecologische waarden. Hierover wordt in het volgende vermeld:

    “(Het) beleid van bescherming en verbetering van de natuur zal ook op de langere termijn uitgangspunt van beleid zijn. Niet alleen vanuit ideële overwegingen, maar ook vanuit het besef dat een beschermend beleid op het terrein van natuur en milieu op de lange termijn ten goede komst aan de toekomstige Zeistenaren en aan de aantrekkingskracht van Zeist. Vanuit de optiek 2003 zijn er dan ook op de lange termijn geen aantastingen te verwachten van de bestaande grote ecologische reservoirgebieden en de ecologische verbindingen daartussen. In tegendeel zal het beleid juist gericht zijn op de versterking van de samenhang”.

     terug naar top

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *